Geschiedenis

Geschiedenis van de bitterbal

Waarom is de bitterbal niet bitter? Waar komt de naam bitterbal vandaan? Hoe is de bitterbal ontstaan? Waar komt de bitterbal vandaan? Is de bitterbal bitter? Wat is de geschiedenis van de bitterbal?
We krijgen dagelijks vragen over de bitterbal. We geven antwoord op deze vragen in de uitgebreide Geschiedenis van de bitterbal, helemaal uitgezocht door Bitterballen.net, deze website dus.

Broodragoût
De eerste tastbare bewijzen van de oorsprong, het ontstaan én het bestaan van de voorloper van de bitterbal komt uit de periode van de Batavieren in de omgeving van de Betuwe, zo’n 0 rond Chr. Men bouwde terpen, kunstmatige heuvels om zich tegen overstromingen te beschermen die onder de bevolking en het vee veel slachtoffers hadden geëist.
In de terpen, in die streek woerden genaamd, heeft men redelijk veel archeologisch materiaal achtergelaten, zoals beenderen en werktuigen. Hieruit kon worden opgemaakt hoe zij hebben geleefd, dat zij in de dichte bossen jaagden op beren, wolven, enorme oerols, edelherten, reeën, wilde zwijnen en visten op kabeljauw en steur.
Op de reusachtige terpen, waar later zelfs dorpen op gebouwd werden hielden zij kippen, schapen en koeien.

terpEen foto daterend uit 1937 van een terp op de Betuwe.  De terp, op de foto, gebouwd omstreeks het jaar nul,  werd helaas in de veertiger jaren vernietigd.


Oerols
Toen de Romeinen het land van de Batavieren binnendrongen, moeten zij zich verbaasd hebben over hoe de bewoners al het mogelijke voedsel dat er voorhanden was gebruikten. Dit werd duidelijk na bestudering door de Engelse archeoloog en letterkundige dr. Randolph Lattermore (1847-1928) van Romeinse boeken uit de Latijnse literatuur.geschrift

Foto van gevonden geschrift in steen. Volgens dr. Randolph Lattermore stammend uit 200 n. Chr. Het geschrift is gevonden in de Betuwe tijdens opgravingen uit terpen. De letterlijke, moderne vertaling is: “Een gerecht als vlees van oerols in nat en brood.

Volgens een Romeinse verkenner, zo was er neergeschreven, gebruikten de Batavieren het vlees van de oerols om dit te braden in het eigen vet en te gebruiken als avondeten met groenten en brood. Na de maaltijd mengden de vrouwen het overgebleven vlees en vet met water en brood. Hierdoor ontstond een stevige ragoût die zij de volgende dag konden opwarmen of koud aan de mannen meegaven wanneer zij op jacht gingen.

Bos primigenius
Na deze ontwikkeling van het broodragoût duurde het nog ruim 1700 jaar voor de echte bitterbal werd ontwikkeld. In de tussentijd verdwenen de oerols uit het Hollandse landschap, ze leefden tot in het midden van de 17e eeuw in Polen en stierven vervolgens uit. De officiële, Latijnse naam van de oerol is Bos primigenius, hetgeen vrij vertaald eerste, primitieve beschermgeest betekent.

1568 N. Chr.
Het begin van de Tachtigjarige Oorlog, de opstand tegen de Spaanse regering, was ook het begin van de bitterbal zoals wij die tegenwoordig kennen. Met de komst van Alva en zijn mannen kwamen ook de olijven, chorizo, mosselen in tomatensaus, tortilla en champignons gebakken in knoflookvet richting de lage landen.

De Spanjaarden introduceerden hun tapas, hapjes, tussendoortjes. Deze verdwenen overigens ook weer met de Spanjaarden toen zij hun aftocht bliezen, en kwamen pas laat in de twintigste eeuw weer in trek.

potVoor de koks van de Spaanse legereenheden waren de ingrediënten, die zij thuis gewend waren niet altijd voorhanden. Als gevolg hiervan waren zij genoodzaakt te experimenteren met Hollandse producten.


Het broodragoût van de Batavieren was reeds door de Romeinen geproefd en goed bevonden, nu ontdekten ook de Spaanse bezetters dit vleesgerecht. Ongetwijfeld moet er een samenwerkingsverband zijn geweest tussen de Spanjaarden en Hollanders om dit gerecht te bereiden.

Vleesch chemengd met brood
Nadat de belegeraars het prepareren van het broodragoût onder de knie hadden gekregen en serveerden aan hun manschappen, gingen zij een stap verder dan de Batavieren en Hollanders. Middels een grote pot op houtvuur frituurden zij reeds in hun thuisland onder andere inktvis en mosselen in hete olie. Deze hadden zij gerold door losgeklopt ei en bloem. Voor een stevigere korst gebruikten zij ook regelmatig oud, langs elkaar gewreven geroosterd brood, zodat een grove vorm van paneermeel ontstond.

Volgens het geschrift van een bewoner van Leiden ten tijde van de belegering: “wierpen den Spaanjolen cherolde stucken vleesch chemengd met brood in enen pot op vuur. In den pot wasch heetten olie.” Het resultaat moet een kruising tussen een kroket en de bitterbal zijn geweest, getuige de foto uit de privécollectie van de familie Berlandt-Meervaart.oudbal

Privécollectie van de familie Berlandt-Meervaart

‘Wat de boer niet kent…’
Na tekening van de Vrede van Münster in 1648 trokken de Spanjaarden weg en ging de ontwikkeling van de uiteindelijke bitterbal gestaag verder. Waarom de Hollandse bitterbal nooit terecht is gekomen tussen de tapas in Spaanse drinkgelegenheden, ligt vooral aan het feit dat de zuiderlingen erg gehecht zijn aan hun traditionele gerechten. In tegenstelling tot de Nederlanders die heden ten dage open staan voor alle gerechten uit de wereld. Het gezegde “wat de boer niet kent…,” is bijna geheel verdwenen.

1783 n. Chr.
Tijdens de Gouden Eeuw, introduceert de Amsterdamse uitbater Jan Barendsz in zijn literaire kroeg, naar zichzelf vernoemd, hapjes onder de noemer “schnecks”. Bezoekers uit die tijd, onder andere schrijvers als Vondel en Adriaenszoon Bredero, lieten doorschemeren dat zij tijdens het drinken van bier en jenever trek kregen en daardoor het etablissement voortijdig verlieten om thuis te gaan eten. Barendsz sprong hier handig op in door hen kaas, worst en brood aan te bieden tegen een kleine vergoeding. Zijn vrouw bereidde thuis, boven de kroeg, op zijn tijd een soort rondvormige kroket afgeleid van de Spaanse vorm en in Holland helemaal ingeburgerd.zink

“Den Schneck” “Treck in den Schneck”
Duidelijk te zien op deze zinken druk, aan de rechterkant,
zijn de handgetekende bitterballen
en de handtekening van Kinker.

Tijdens de bereiding, zo wil de legende, hield mevrouw Barendsz een klein beetje ragoût over, draaide dit tot een balletje, rolde het door broodkruim, ei en nogmaals door broodkruim en frituurde het bruin in een pan met hete olie. Ze was zo tevreden over de kleine, ronde kroket dat zij deze naast de kaas, worst en brood als hapje in de kroeg aanbood.
Volgens archivaris Temerdink van het oudheidkundig instituut Raschmaelen behoort het boekje “Amsterdamsche bierpraet,” tot een van de weinige overgebleven geschriften waarin de introductie van de bitterbal wordt beschreven. Het boekje, dat slechts 56 pagina’s telt, bevat tevens een, voor zover bekend uit die betreffende periode, uniek gedicht van Bernardus Kinker, een verre achterneef van de beroemde dichter. Uit het gedicht kan worden opgemaakt dat het woord “schneck” bedacht werd door Bernardus Kinker dan wel door bezoekers van Barendsz’ kroeg.

oudbier
Bernardus Kinker, een verre achterneef van de beroemde dichter


Snek
Een groot misverstand is dat het Engelse woord snack altijd de benaming is geweest voor een snelle hartige hap in Nederland. De literaire bezoekers van de kroeg moeten een naam verzonnen hebben voor het gefrituurde schepsel dat redelijkerwijs in de buurt komt van de vorm, zoals Barendsz’ vrouw die de eerste keer serveerde. De “snek” is een kegelvormig onderdeel van een uurwerk. Dit kan er op wijzen dat wellicht de bekende Amsterdamse horlogemaker Johan Moolenaer, die later emigreerde naar Londen en daarvoor twee huizen verwijderd van Barendsz’ kroeg woonde en werkte, het woord aan de bitterbal heeft gegeven en “schneck” in de Engelse taal introduceerde.

1848 n. Chr.
Na de Franse overheersing, die eindigde in 1813, begon Nederland zich Industrieel te ontwikkelen. Tijdens het jaar van de invoering van de grondwet, aan de hand van staatsman Thorbeckes geschreven liberale en democratische ideeën, duikt het woord “bittergarnituur” op in “Leckere treck”, een boekje van de onbekende Haarlemse schrijver Hugo Alferink.

Bitter
Volgens archivaris Temerdink was Alferink een man met vooruitstrevende culinaire ideeën, welke in die tijd niet begrepen en gewaardeerd werden. Temerdink meent dat de schrijver bittergarnituur bedacht door de woorden te combineren. “Garnituur” betekent keuze uit een assortiment, wat de vrouw van Barendsz reeds had geïntroduceerd en in de kroegen standaard werd. “Bitter” duidt op jenever, later een “bittertje”, een stevige kruidendrank met alcohol. De twee woorden samen zullen slaan op een keuze tijdens het drinken. Daar de bitterbal onderdeel van de garnituur uitmaakte én een balvorm heeft, is het ontstaan van het woord logisch. De uiteindelijke benamingen zijn hierdoor ontstaan. “Schneck” werd het woord voor een individueel hapje, bittergarnituur de verzamelnaam voor schnecks, en de bitterbal kreeg helemaal terecht een eigen naam. Is een bitterbal bitter? Nee dus, maar je weet nu wel waar de naam vandaan komt.

Respect voor de gefabuleerde geschiedenis van de bitterbal
Wij hopen u wat meer kennis betreffende de ontwikkeling van de oer-Hollandse snack te hebben bij gebracht, maar, en dat is wat ons betreft het belangrijkste, respect. En natuurlijk ook respect voor de gefabuleerde Geschiedenis van de Bitterbal.

De Geschiedenis van de Bitterbal © is onderzocht en geschreven door mzt. Michael Boerop met medewerking van drs. Ing. Nicole Prins van de afdeling Historie van De Geschiedenis van de Bitterbal gestationeerd in gebouw 8, roltrap op, vleugel 9, trap linksaf, passeer kamer 7, 2e lift, 3e etage rechts, langs de kantine, voorbij de vergaderruimte, tegenover de koffiehoek in de bruine borrelzaal.

Meer informatie over de bitterbal
Voor meer informatie en/of aanvullingen, kunt u ons  e-mailen.
Wanneer u gebruik wilt maken van de gefabuleerde geschiedkundige informatie op deze pagina’s, mag u dat doen mét bronvermelding, maar zonder toestemming van de auteur, want die toestemming is bij deze verleend door diezelfde schrijver.